Een kastontwerp begint bij je kleding en de ruimte om erbij te kunnen. Plan hangkleding, gevouwen spullen en kleine accessoires apart voordat je deuren en afwerking kiest.
Indelingen per kasttype
- Kleine wandkast: plaats dagelijkse kleding op prettige reikhoogte en minder gebruikte spullen bovenin. Voeg alleen een smal plankenvak toe als voldoende hangbreedte overblijft.
- Schuifdeurkast: laat laden aansluiten op de opening wanneer een deur opzij staat. Overlappende deuren kunnen een lade in het midden blokkeren.
- Inloopkast: houd eerst een vrije looproute over. Voeg daarna pas opslag aan beide wanden toe. Hoeken vragen een eigen toegangsplan.
Een maatvoorbeeld
Bij een denkbeeldige opening van 180 cm kun je 100 cm voor hangkleding en 80 cm voor planken reserveren. Dit is een zoneschets, geen zaaglijst: plaatdikte, montageruimte en deurbeslag verkleinen de binnenmaat. Meet het langste kledingstuk en de breedste hanger vóór je diepte en roedehoogte kiest.
Test dagelijkse bewegingen
Plak kastvlakken af op de vloer. Probeer reiken, laden openen, draaien met een wasmand en de achterste hoeken bereiken. Blokkeer verlichting en ventilatie niet. Bewaar zware spullen waar je ze veilig kunt tillen, niet automatisch op de hoogste plank.
Houd wat capaciteit vrij voor seizoenswisselingen. Een kast die op de montagedag precies vol past, kan een maand later lastig opgeruimd blijven.







































































