Een bruikbare lunch past bij de plek waar je eet. Controleer eerst of je een koelkast, magnetron en zitplek hebt. Dat bepaalt meer dan de keuze voor een uitgebreid recept.
Op het werk met koelkast
Maak voor één persoon een linzensalade met 120 g uitgelekte linzen uit blik, 100 g gekookte en afgekoelde granen, paprika en komkommer. Neem een eetlepel dressing apart mee en voeg eventueel feta of ander beleg toe. Bewaar gekoeld tot de lunch. Dit gaat uit van granen die al gaar en koud zijn; koken en terugkoelen kost extra tijd.
Thuis met een fornuis
Maak een tomaten-bonenpannetje. Fruit een halve gesnipperde ui in een theelepel olie. Voeg 200 g tomatenblokjes uit blik en 120 g uitgelekte witte bonen toe en laat 10 minuten pruttelen. Serveer met geroosterd brood en kruiden. Een kleine pan is voldoende. Bewaar overgebleven blikinhoud volgens het etiket.
Onderweg
Neem brood of crackers, heel fruit en een passend ongeopend houdbaar product mee; volg de bewaarinstructies. Gebruik voor broodjes met bederfelijk beleg een koeltas met koelelementen. Geen magnetron nodig hebben betekent niet dat een lunch uren warm kan blijven liggen.
Voorkom zompige broodjes
- Droog gewassen sla voordat je die inpakt.
- Neem sappige tomaat en dressing apart mee.
- Gebruik een stevige trommel in plaats van het broodje onder andere spullen te drukken.
- Stel de lunch waar mogelijk vlak voor het eten samen.
Wissel het beleg af in plaats van iedere dag een volledig nieuwe boodschappenlijst te maken. Voorbereide groente kan bij brood, een graansalade of warme bonen passen, mits veilig bewaard.







































































